|
Rond een uur of half twee in de nacht kwamen wij in de Sinaï aan bij het
St. Catharina Klooster, het oudste koptische klooster ter wereld.
Inmiddels waren wij op een hoogte van ruim 1570 meter.
Voorzien van een zaklamp, een fles water, de gids Abdullah en in
gezelschap van enkele honderden andere begonnen wij aan de beklimming
van de Mount Sinaï.
Via een pad met diverse stenen moest wij een hoogte verschil van ruim
700 meter overbruggen.
Al met al hadden wij daar toch een uurtje of drie voor nodig.
Met name het laatste steile stuk was behoorlijk zwaar.
Wij Hollanders hadden er stevig de pas in.
Zelfs zodanig dat onze gids ons niet bij kon houden.
Langs de route passeerden wij een paar stalletjes waar je koffie of thee
kon kopen. Soms moesten wij ook aan de kant springen om kamelen te laten
passeren die bezoekers naar de top brachten.
Rond half 5 hadden wij bijna de top bereikt en zijn even gaan schuilen,
tegen de kou, in een tentje waar koffie en thee werd geschonken.
Toen het tegen 10 voor half zes begon te dagen zijn wij naar de top van
de “Djebel Moesa” (Gebel Musa) geklommen.
Door de vele bezoekers was het voor ons niet meer mogelijk de top, bij
de in 1934 gebouwde kapel van de heilige drie-eenheid, te komen.
Wij vonden echter wel een mooi plekje.
Inmiddels was het echt ijzig koud geworden.
10 minuten over half zes kwam de zon op.
Echt een fantastisch gezicht dat wij achteraf niet hadden willen missen.
Prachtig zoals het landschap zich in het zonlicht ontvouwde.
De kleuren van dieprood naar paars van de grillige bergen werden
zichtbaar.
Even nadat de zon was opgekomen kwam de warmte van de woestijn je weer
tegemoet en zette de gehele caravan van mensen zich weer in beweging om
naar beneden te gaan.
Ook weer een zware tocht van bijna twee uur die een flinke aanslag op je
knieschijven gaf.
Even na acht uur arriveerden wij terug bij het St. Catharina klooster.
In ons excursiepakket zat ook een bezoek aan het klooster.
Echter die ging pas om negen uur open.
In de tijd van wachten begon, mede door de warmte, het ontbreken van
slaap tijdens de nacht ons op te breken.
Verscholen tussen de Djebel Musa en de Djebel Catharina ligt dit Grieks
orthodoxe klooster dat in 527 in opdracht van de Byzantijnse keizer
Justinianus is gebouwd.
Eerst bezochten wij de het knetelhuis in de tuinen van het klooster waar
de stoffelijke resten van de monniken van het klooster liggen.
Via een zeer kleine deur konden wij het klooster binnengaan om eerst de
brandende braambos te aanschouwen.
Ook het bezoek aan de basiliek met z’n grote 17e eeuwse
houten iconostase.
De basiliek heeft 2 maal 6 pilaren die symboliseren de 12 maanden van
het jaar en de 12 apostelen.
Tegen tien uur hadden wij het wel gezien en liepen wij terug naar het
busje.
Deze vetrok tegen halfelf richting Sharm-el-Sheikh.
Kort na het vertrek viel er een zware stilte in de bus waar te nemen die
duurde totdat wij rond half twee bij het hotel arriveerden.
Daar bij een poolbar een kleinheid gegeten en op een zonnestretcher de
binnenzijde van onze oogleden bekeken.
Veel van slapen kwam er niet door de muziek van het animatieteam en door
de overlast die vliegjes veroorzaakten.
Kort na zessen samen met Tineke en Gerard weer van een drankje genoten
terwijl wij vanaf acht uur weer in het Mongools restaurant een tafeltje
hadden gereserveerd.
Na het eten vonden wij het welletjes en voor een goede nachtrust gingen
wij weer naar onze hotelkamer. |